Peter van eijk: Management & AdviesPeter van Eijk logo

blog

Via deze blog deel ik met veel plezier ervaringen, verhalen, observaties, literatuurtips en allerlei andere zaken uit de management- en adviespraktijk.

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

Klassieke vraag vereist moderne antwoorden

Klassieke vraag vereist moderne antwoorden
26-01-14 - “Wat moeten we doen om met onze organisatie van A naar B te komen?“, dat is een klassieke vraag waarover leidinggevenden aan de top zich met een vaste regelmaat buigen. Zij zijn immers verantwoordelijk voor het streven naar continuïteit op langere termijn. Dat de beantwoording van deze klassieke vraag steeds complexer wordt, ervaren de meeste directieleden en commissarissen in de private sector al sinds de financiële crisis uit 2008. Voor veel bedrijven geldt immers: ‘business as usual is over’.

 De situatie is anders in de semipublieke sector. Het besef dat deze klassieke vraag moderne antwoorden vereist, begint daar de laatste tijd pas te groeien. Zo vreemd is dat niet, want fenomenen als markttucht, concurrentiedwang en keuzevrijheid van klanten doen zich in deze sector nu eenmaal niet, of in veel mindere mate, voor. Maar intussen is duidelijk dat organisaties in deze sector te maken hebben met  een turbulente omgeving. Ook zorginstellingen, omroepverenigingen, bibliotheek stichtingen, openbaar vervoer bedrijven - om maar een paar voorbeelden te noemen -  merken meer en meer de ontwrichtende werking van drijvende krachten die zich niets aantrekken van grenzen tussen landen of marktsectoren. Voormalig SCP directeur en hoogleraar Paul Schnabel spreekt in dit verband over vijf trends: individualisering, informalisering, informatisering, internationalisering en intensivering.  Dit is niet de plaats om er dieper op in te gaan. Ik beperk me tot de observatie dat ze - samen met de aanhoudende economische stagnatie - een ingrijpend effect hebben op de positie en het voortbestaan van semipublieke organisaties. Hoog tijd dus om de zoektocht naar moderne antwoorden op de klassieke vraag te beginnen.

Herijken: een marathon opgave

Sinds de reddingsacties voor systeembanken in ons land, streven opeenvolgende regeringen naar het terugdringen van de overheidsuitgaven. In woord horen we veel Haagse vertegenwoordigers spreken over 'bezuinigingen'. In daad is geen enkel kabinet er tot dusver in geslaagd om de Rijksbegroting in balans te krijgen. De uitgavengroei houdt onverminderd aan, zij het dat de stijging zich alleen voordoet op de terreinen Zorg en Sociale Zekerheid (dat zijn de twee stijgende lijnen in de grafiek uit de Miljoenennota). Op heel veel plaatsen in het publieke domein zien we dat bezuinigingseffecten nu optreden. En gezien de internationale begrotingsafspraken waar iedere regering aan vastzit, valt niet te verwachten dat er op afzienbare termijn een structurele verbetering zal optreden in de bestedingsmogelijkheden van het Rijk. Nog meer dan voorheen hebben ministers te maken met buitengewoon smalle marges.   In deze context is het niet toevallig dat steeds meer directieleden, toezichthouders en beleidsprofessionals in de semipublieke sector bezig zijn met een proces van herijken. Hun bedoelingen daarbij zijn veelal oprecht. Maar leeft het gevoel van urgentie sterk genoeg?  Realiseren ze zich in voldoende mate dat ze aan de vooravond staan van een grote transitieopgave? Beseffen ze dat vanzelfsprekende subsidies door de overheden structureel niet meer aan de orde zullen zijn? ... Nee, in het algemeen niet. Mijn boodschap in hun richting is daarom:

  • (i) besef dat het herijkingproces in de praktijk neer zal komen op een ingrijpend transitieproces. Het gaat om een marathonopgave die niet door alle betrokkenen succesvol zal worden volbracht 
  • (ii) begin zo snel mogelijk aan een gemeenschappelijke interpretatie van de belangrijkste feiten over de uitgangssituatie anno nu. Beleg een werkconferentie met de voortrekkers van uw organisatie en stel de klassieke vraag als probleemstelling centraal: Hoe kunnen wij in de komende jaren als organisatie overleven en groei realiseren? Breng vervolgens met een paar deelvragen een indringend gesprek op gang: - Waarom is onze organisatie ooit opgericht? - Hoe actueel is die oorspronkelijke missie nog? - In hoeverre beschikken wij over een verdienmodel als de jaarlijkse overheidsfinanciering geheel of gedeeltelijk stopgezet wordt? - Aan wie leveren wij, welke concrete toegevoegde waarde? - In welke mate zijn wij in staat om zelf waarde toe te eigenen? - Beschikken wij in onze organisatie over voldoende kennis van instrumenten en technieken die succesvolle bedrijven toepassen om te overleven en te innoveren? 
  • (iii) ga pas werken aan een visie op de gewenste toekomst - situatie B - nadat de voortrekkers een gemeenschappelijk inzicht hebben verkregen in de uitgangssituatie. Want als je wilt bepalen in welke richting de organisatie zich bij voorkeur moet gaan ontwikkelen, moet je eerst goed weten waar zij zich nu bevindt. 

Terugkomend op de metafoor van de marathonopgave: uit ervaring is mij bekend dat het volgen van algemene trainingsschema's geen zin heeft. Je moet aan het begin eerlijk zijn over je leeftijd, je gewicht, je loopgeschiedenis tot dusver en je streeftijd. Dat kan soms heel confronterend zijn. Zo krijgt de enthousiaste beginner een schema van een jaar doorlooptijd te zien op http://www.looptijden.nl/hardlopen/hardloopschemas. Overigens is het goede nieuws in dit verband dat mensen van nature goede lopers zijn, dat velen u voorgingen, waaronder schrijver dezes ( 8 september 2006 Bordeaux,36 graden Celsius: met een anonieme eindtijd van 4 uur, 43 minuten ben ik helaas bijna drie kwartier langzamer dan mijn streeftijd - het onvergetelijke geluksgevoel aan de finish was er niet minder om)  en dat zij bereid zijn om lessen en tips te delen.

Juist dit laatste geldt ook voor 're-inventing business'. Dankzij praktijkgerichte wetenschappers weten we steeds meer over de wijze waarop bedrijven  hun businessmodellen voortdurend aanpassen. Ook zien we directeuren in de cultuursector succesvol gebruik maken van marketingtechnieken uit de luchtvaartsector. Kortom: in recente onderzoeksliteratuur en in actuele praktijkvoorbeelden, zijn moderne antwoorden voor de klassieke vraag te vinden. Meer hierover in een volgende blog.